Van functionele ruimte naar kwalitatieve inrichting
Op enkele merkwaardige gebouwen na blijft er uit het verre verleden vaak niet veel meer over van wat er ooit opgetrokken werd. Oorlogsgeweld, renovaties, bloeiperiode, verval, nieuwe inzichten in bouw en architectuur, voldoende redenen om het beeld van de bebouwde omgeving telkens opnieuw aan de noden van de tijd aan te passen.

aan de vooravond van een revitalisatie van formaat
een herwaardering zonder voorgaande, dat staat er te gebeuren in het stadscentrum van doornik en meer bepaald in de onmiddellijke omgeving van de kathedraal die is opgenomen in de werelderfgoedlijst van de Unesco. bedoeling is om een economische herstructurering door te voeren en de toeristische aantrekkingskracht van de wijk in de komende jaren aanzienlijk te verhogen. Zoals gebruikelijk was ook deze stadsvernieuwing het voorwerp van een europese wedstrijd. Het Parijse architectenbureau Agence nicolas michelin et associés (AnmA) sleepte de opdracht in de wacht omdat zij rekening hadden gehouden niet alleen met de stadsontwikkeling, maar ook met de architectuur van alle gebouwen in de stadskern én met de problemen rond bereikbaarheid en duurzame ontwikkeling.

Een buurtplein tussen appartementsblokken heeft een dubbel belevingsniveau. Op de begane grond, waar de bewoner en de bezoeker op verschillende manieren gebruikmaken van de geboden inrichting, vormen zij zich een totaalbeeld van de ruimte terwijl ze zich verplaatsen. Vanuit de ramen van de appartementen wordt hun beleving
veel statischer. Vooral omdat ze het plein als een dieper gelegen vlak ervaren. Bovendien voor de meesten, telkens vanuit dezelfde hoek.

langetermijnopties voor mobiliteit en publieke ruimte
door de versnipperde en verspreide bebouwing rond de oude stadskern dreigde het stedelijke weefsel op termijn helemaal uit te rafelen. dat sommige centrumfuncties zich bij zo’n proces naar de rand verplaatsen is niet denkbeeldig. Hierdoor gaat de rol van de stad als aantrekkingspool er alleen maar sneller op achteruit.

Assen, wijken met een eigen karakter en kleine kernen, kunnen dan wel de eigenheid van mortsel uitmaken, nergens is er een ruimte die door haar kwaliteiten de rol van stadscentrum kan opeisen. Hoewel zeer ruim is de plek aan het station en het stadhuis een groot verkeersknooppunt met parkeergelegenheid. van enige verblijfskwaliteit is nauwelijks sprake. de uitdaging bestond er voor de ontwerpers van de wedstrijd in om op die plaats individueel verkeer, openbaar vervoer (trein, bus, toekomstige tram), fietsverkeer, voetgangerscirculatie en verblijf te organiseren en ademruimte te creëren.

meer dan parkeren alleen
“Je kan het fietsgebruik vanuit twee invalshoeken bekijken: het verkeer is de meest voor de hand liggende, maar je kan ook de gebruiker als referentiepunt nemen”, stelde Rik Houthaeve bij het begin van ons gesprek. “Bij de eerste benadering ga je de fietsstromen na, zorg je voor goede verbindingen voor tweewielers binnen wijken of buurten, maar ook tussen deelgebieden onderling en je plant fietsstallingen in op strategische plaatsen, zoals station, winkelstraat, bushalte, enz.